Logo noordwijkerhoutsweekblad.nl
Foto: thv
Bollenpraat

Kolonie

Tijdens de feestdagen hebben we met een goede vriend van gedachten gewisseld over het ontstaan van de bollenteelt in de Streek en over de verschuiving ervan door de jaren heen. Iedereen weet dat de bakermat in het Haarlemse lag en later naar het zuiden afzakte. Ook de oppervlakte nam toe.

Krelage beschreef de driehonderd jaar export in 1946. Dat die export lucratief was, daar getuigen de gigantische bollenschuren van die langs de “Straatweg” verrezen. Die exporteurs deden er ook de teelt bij. Ander aanbod was er nagenoeg niet. Mede door de verstedelijking, ontstond de drang naar ander land. Noem het maar een kolonie en wat was een makkelijker prooi dan Noordwijkerhout. Dichtbij en arme mensen. Weliswaar veel duin, maar dat kon je afzanden en/of stenen van bakken. Je kon het bovendien omzuigen om kalkrijk zand naar boven te halen.

Ik ben geboren naast het land van de L.E.M., de Land Exploitatie Maatschappij, waarvan de heer Philippo de voorzitter was. Zijn firma, Zonneveld en Philippo, teelde in onze ogen een enorme oppervlakte bollen. Alles op afgezand land, gelegen aan brede vaarsloten. De bollen werden zo naar Sassenheim gevaren. Al het teeltwerk werd met de hand gedaan door een grote schare arbeiders. Die waren dichtbij. Van lieverlee kwamen er meer pachters en als ze succesvol waren, werden het kopers.

Ik herinner me Salman en Faase als de grote jongens uit Noordwijk. De Groot kwam naar de Noordzijder Polder. Waar nu Zeeburg ligt, streek H. Verdegaal neer. Ten noorden van het dorp gebeurde hetzelfde, daar was Van Engelen de grote man. Het Langeveld was de kolonie voor de kleinere kwekers, die vooral uit Noordwijk-Dorp kwamen. De garantie van het Borgstellingsfonds hielp om hen over de streep te trekken.

We hebben samen alle klinkende namen van vroeger de revue laten passeren, hoewel niet compleet: Z&P, K&M, Zonneveld en Co, Driehuizen, van Reisen, Langeveld, Doornbosch en Stassen. Maar net als voor alle adel, geldt ook voor de bollenadel: “Maken, Blinken, Zinken”.

Aad van Ruiten

Meer berichten