
Onrust over handhaving paardenweitjes en moestuintjes
AlgemeenHet college van burgemeester en wethouders van Noordwijk erkent dat er onder inwoners en ondernemers onduidelijkheid bestaat over paardenweitjes, moestuintjes en siertuinen op bollengrond. Dat blijkt uit antwoorden op schriftelijke vragen van het CDA over handhaving in het buitengebied.
Aanleiding voor de vragen was een eerder aangenomen motie van CDA-raadslid Max Uphoff. Daarin werd het college opgeroepen alle percelen met bollengrond te beoordelen en daarbij de ‘menselijke maat’ als uitgangspunt te nemen. Volgens het CDA is het belangrijk dat perceeleigenaren en gebruikers na een lange periode van onzekerheid duidelijkheid krijgen.
Het college stelt dat gevoelens van rechtsongelijkheid en onduidelijkheid serieus worden genomen. Alle percelen die planologisch als bollengrond zijn bestemd, worden in 2026 beoordeeld. Per perceel wordt een rapportage opgesteld.
Menselijke maat
Volgens het college moet eerst duidelijk worden wat de feitelijke situatie op de percelen is. Daarna wordt onderzocht hoe binnen de juridische en ruimtelijke kaders invulling kan worden gegeven aan de menselijke maat.
Ook laat het college weten dat, waar nodig, gesprekken met perceeleigenaren aan de keukentafel worden gevoerd voordat eventuele handhavingsbesluiten worden genomen. Daarbij wordt gekeken naar de benodigde capaciteit en mogelijke extra kosten.
Het college benadrukt dat bij handhaving rekening gehouden moet worden met algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het gelijkheidsbeginsel. Besluiten moeten volgens het college goed worden gemotiveerd en schriftelijk worden vastgelegd.













