Logo noordwijkerhoutsweekblad.nl
Foto: Monica Stuurop
column van caro

Verboden vrucht

  Column

De take-away van het strandpaviljoen ziet er gezellig uit: palmbomen links en rechts, versgebakken taarten op de houten toonbank die een 1,5 meter afscheiding vormt tussen de klant en het personeel. Uit de luidspeakers klinkt zomerse Ibiza-muziek die goed past bij de staalblauwe lucht. Het terras lonkt en is klaar voor haar gasten. Alles is coronaproof ingericht. Grappig detail: er staan ruim uit elkaar ook gedekte tafels, waarop een bordje ‘gereserveerd’ staat, met halfvolle glazen vol positiviteit. I like.

Het zoveelste ‘Nog even doorzetten’ komt en gaat met de getijden van de Noordzee. Maar het hout van de banken en het katoen van de kussens wordt vooralsnog alleen aangeraakt door haar, die koperen ploert daarboven. Schaamteloos neemt ze bezit van het terras, zonder vrees voor BOA’s of bekeuringen.

De lange rij die zich vormt, houdt zich keurig aan de 1,5 meterregel. Ik bestel een wijntje. Doe eens gek, de vier zit in de klok. Met mijn plastic bekertje loop ik via het lege terras naar de zijkant van het paviljoen.

Achter de muur sta ik uit de frisse noorderwind. Vlak voor me zitten zo’n 20, 30 mensen, in groepjes van twee, drie in het zand. Ook weer op ruim 1,5 meter. Ik besluit niet in het zand te gaan zitten, maar vlij me behaaglijk tegen het zijmuurtje van het paviljoen. Staande sip ik aan m’n Sauvignon.

“Dat mag niet”, waarschuwt plots een van de zandzitters. Ik kijk verbaasd op. Wat bedoelt hij? Staand drinken? Zonder mondkapje staan? Niet zitten? “Je mag dáár niet staan, dan ben je in overtreding.” Ik lach wat ongemakkelijk. Meent hij dat nou? Maar nu bemoeien de andere zandzitters zich er ook mee. “Er is al een BOA geweest: je mag daar niet staan. Je moet hier zitten, weg van de palen.” Meer mensen wijzen me op een paar palen die in het zand staan. Ze markeren het paviljoen en daarmee het terras. En op een terras… mag je niet zitten, laat staan staan.

Regels oké. Maar dat typisch Nederlandse betuttelende is toch tenenkrommend? Niemand die opstaat en zegt: ammehoela, ik ga met m’n rug tegen dat muurtje staan. Let wel: ik ook niet. Maar ik heb geen zin in zandhappen, dus besluit mijn vino verder te nuttigen op de weg terug naar m’n auto.

“Wat drinkt u daar?” hoor ik ineens achter me. Ik kijk in een paar wantrouwige BOA-ogen. Ik voel nattigheid: “Vruchtensap”, probeer ik nog. “U drinkt wijn. En dat mag niet op de openbare weg. Dat mag alleen op een terras. Of bij een andere horecagelegenheid.”

Caroline Spaans, redacteur Noordwijkerhouts Weekblad

Meer berichten