Logo noordwijkerhoutsweekblad.nl
Foto: thv
Bollenpraat

Statistiek

Bollentelers moeten jaarlijks opgeven hoeveel zij telen. De Bloembollen Keurings Dienst verzamelt de gegevens aan het einde van het jaar en twee maanden later kan iedere kweker die statistiek uitprinten. Als er grote verschuivingen zijn is dat meestal vooraf bekend, maar toch kijkt iedereen met spanning naar de nieuwste cijfers. De oppervlakten veranderen al jaren niet veel: de tulpen rond de 13000 ha., de narcissen en de hyacinten ieder rond de 1300 ha. Interessant is het te weten wat de verschuivingen zijn binnen het sortiment van de drie hoofdgewassen.

Eerst de tulp. De darwinhybriden hebben in de zeventiger jaren een enorme groei te zien gegeven, met Apeldoorn als trekker. Die kon je goed in de kas broeien, werd later vervangen door de snelgroeiende en goed broeiende Leen v.d. Mark. Samen met de dubbelbloemige gele Monte Carlo maakten zij de dienst uit. Nu de broei op water een enorme vlucht genomen heeft, komen heel andere soorten naar voren. De paarse Purple Prince met zijn verlopingen gevolgd door, de relatief nieuwe, Strong Gold. Dat is een tulp met wonderbaarlijk goede eigenschappen: hoog op de poot, niet teveel blad en heel gelijkmatig in bloei. Van belang voor alle nieuwe tulpen is de noodzaak dat ze, afgebroeid en buiten opgeplant, snel weer een goede nieuwe bol maken. De circulaire landbouw van onze minister ten top! De tulpen voor de tuin neem ik een andere keer onder de loep.

Bij de narcissen draait het, met zo’n 500 ha., vooral om Tête-à-Tête. Een groeier van jewelste in de tuin en op de potjes zeer gewaardeerd. Veel consumenten weten niet beter als zou een narcis dat kleine gele bloemetje zijn. Imago-problemen voor de rest? Dit jaar moesten de Osterglocken uit Engeland komen: niet dus. Met zijn “take back control” waren er geen Poolse plukkers voor Johnson.

Ten slotte de hyacint. Daar wordt het areaal bepaald door snelle groeiers. Weinig gevoelig voor bodemziekten en met mooi glimmende bollen. Toch blijven de heel oude Pink Pearl en zijn nazaten het nog steeds goed doen met een kwart van het areaal. Voor de broei op potjes zijn ze, ondanks groei-moeilijkheden, een must. Waar en waarom de bollen ergens in Nederland geteeld worden? Een volgende keer!

Aad van Ruiten

Meer berichten